EEN TEVREDEN GEBRUIKER VAN ISOLATIE MET DOSCHAWOL:
Jan en Jeannet Reichgelt-Hubbeling zijn tevreden met de keus voor Doschawol.
“In 1991 kochten wij een verwaarloosde boerderij met de bedoeling die zo milieuvriendelijk mogelijk te restaureren. Gezien de beperkte financiële middelen besloten we om in twee etappes te gaan werken. In 1994 was het stalgedeelte zover klaar, dat we erin konden gaan wonen. In 2002 was ook het voorhuis gerestaureerd. Omdat we de restauratie in twee fasen hebben uitgevoerd, konden we de fouten die we in eerste fase hadden gemaakt, voorkomen in de tweede fase.
Het grootste probleem bij de restauratie van een oud pand ontstaat door vocht. Zo’n pand wordt opeens goed geïsoleerd en het vocht kan dan niet meer weg. Wij zochten dus naar een combinatie van goede isolatie met goede ventilatie. In de renovatie van het stalgedeelte werden de muren traditioneel geïsoleerd, namelijk met een vochtwerende laag en steenwol. Om vochtophoping op ongewenste plaatsen te voorkomen, namen we enkel glas, waarop de condensvorming in ieder geval zichtbaar zou zijn. En inderdaad, in de winter moesten alle ramen ’s ochtends worden afgezeemd. Zoveel vocht had zich dan op de ramen en roeden verzameld. Niet ideaal dus.
Toen we het voorhuis gingen restaureren, hebben we voor isolatie van schapenwol gekozen in plaats van steenwol. Voordeel hiervan was, dat schapenwol vocht opneemt en weer afgeeft, zodat de dampwerende laag niet nodig was. We kunnen het verschil nu goed merken. De kamers waar de isolatie van schapenwol zit, zijn veel droger. Er verzamelt zich maar weinig condensvocht op de ramen en er is een behaaglijke binnenatmosfeer. Doordat we schapenwol het teveel aan vocht opneemt en weer afgeeft, hebben we zowel het voordeel van een geïsoleerde muur, maar ook het voordeel van de ventilatie van een open spouw. Binnen in huis is het nu aangenaam zonder dat we het risico lopen, dat de houten delen van het huis door vocht worden aangetast, zonder dat we het in de gaten hebben.”
We zijn dus erg tevreden met onze keus voor Doschawol!
Jan en Jeannet Reichgelt-Hubbeling
NOG EEN VERHAAL UIT DE PRAKTIJK:
Onze droom
Aan het eind van 2008, ja in de laatste dagen van dat jaar kochten we een 40 jaar oude recreatiewoning op de Veluwe. Een droom werd werkelijkheid: een houten huisje in het bos, geen asfalt, geen hek gewoon een open plek in het bos. Ons huisje, ons perspectief, het 'Perspectief'. Het toegangspad zo nu en dan omgewoeld door wilde zwijnen, reeën scharrelend rond het huisje, eekhoorns in de bomen en sporen van edelherten in de sneeuw. We hebben het allemaal gezien en ervan genoten.
de mouwen opgestroopt
Er was wel wat achterstallig onderhoud en begin 2009 hebben we fiks de mouwen opgestroopt om het helemaal naar ons zin te maken. De buitenste rabatdelen zijn blijven staan. Het materiaal dat we gingen gebruiken moest duurzaam en milieuvriendelijk zijn. Het huisje was vochtig en vocht en isolatie is vaak geen optimale combinatie. Na een leerzame speurtocht kwamen we bij Doschawol uit. We verwerkten 6 cm dik in de wanden en 8 cm in het plafond. De muren bestaan nu uit rabatdelen, regelwerk, Doschawol, dampdoorlatend folie, Fermacellplaten, een stucklaag en milieuvriendelijke verf. Ik knipte de wol op maat en 2 mensen zorgden dat de wol op haar plek kwam. Koud was het in die week en verwarming hadden we nog niet. Ik zat op de grond met rolmaat en schaar binnen handbereik, om mijn heen rollen wol en wol over mijn benen. Nee, ik had het niet koud. Het materiaal was wonderlijk vriendelijk te verwerken, eigenlijk was het een beetje jammer dat het klaar was.
Inmiddels zijn we 3 jaar verder en pakken we weer een stukje aan. De badkamer is aan de beurt om gerestaureerd en geïsoleerd te worden. Over het materiaal hoeven we niet meer na te denken: Doschawol en Fermacell. Want wat blijkt? We hebben nooit een vochtprobleem. Geen water dat langs de ramen loopt, geen hout dat krom trekt, de boeken in de boekenkast zien er nog net zo uit als 3 jaar geleden. Wanneer we in de winter op vrijdagavond in het huisje aankomen en de binnenthermometer een graad of 5 aangeeft, trappen we de houtkachel even goed op zijn staart. De lucht in de kamer is dan al snel verwarmd maar de temperatuur in de kasten blijft nog wat achter. Door het temperatuursverschil wordt het bestek in de keukenlade vochtig. Even de la openzetten en het vocht is zo weer weg. De volgende morgen branden we een paar blokken hout in de kachel en wanneer het niet vriest laten we de kachel uitgaan. Vriest het wel of staat er een koude wind dan steken we laat in de middag of in de vooravond de houtkachel nog even aan. Gezellig, met een glaasje wijn, wat hapjes, een mooi boek en een achtergrondmuziekje uit de stereo. Onze droom is uitgekomen, een huisje in het bos met een optimaal binnenklimaat.
maart 2012
eigenaren van het 'Perspectief'.

